DEVELOPMENT8 min leestijd22 december 2025

Vibecoding vs vakmanschap: er is een spectrum

Vibecoding werd het nieuwe ding, en het veranderde het gesprek over wat een developer is. Tijd voor een eerlijke spiegel: wat doen wij als webdevelopers eigenlijk, en waarom is AI gewoon de volgende tool?

De hype-cyclus draaide gewoon door. Vibecoding werd het nieuwe ding. Platforms zoals Lovable en Replit laten iedereen maken wat ze willen. Een volledige app in enkele minuten. Dit leidde onmiddellijk tot een golf van verwarring.

Behalve het overduidelijke, al die apps die zo lek zijn als een mandje, gebeurde er nog iets. Veel subtieler. Mensen hebben ideeën. Allemaal. Punt. Het hebben van ideeën maakt je niet bijzonder. Het realiseren van ideeën wel.

De meeste projecten die gevibecoded zijn, zijn klassieke AI-slop. Voor dit soort tools bestonden, was er nog een natuurlijke barrière die de bullshitters buiten hield. Het realiseren van een idee kostte namelijk iets van je.

De kunstenaar zonder bagage

Een beetje zoals het genereren van plaatjes met AI. Een kunstenaar die echt iets te vertellen heeft, neemt de moeite om zich de skills eigen te maken die ervoor nodig zijn om dat prachtige schilderij te maken. Dat zegt iets over de aard en de waarde van zo’n idee, omdat het voor minstens een persoon al die moeite waard was. Een “kunstenaar” die altijd alleen maar heel veel ideeën had, maar nooit de skills wilde leren omdat het te moeilijk was, te lang, te breed, maar nu de hele dag plaatjes genereert, is niet hetzelfde als de kunstenaar met de bagage die alleen maar verkregen werd door de pijn van het leren en het falen.

Met dat voorbeeld is het duidelijk. Maar dat wordt even vergeten bij het bouwen van software. De ideeën-mensen zijn uit alle hoeken en gaten gekropen en wanen zich nu een soort developer.

Voordat ik te venijnig uit de hoek kom: ik gun iedereen hun tools om prachtige dingen te maken. Echt. Proof of concepts, ideeën verkennen, leuke experimenten maken. Het is fantastisch dat dit gedemocratiseerd is. Maar veel van de weerstand die gevoeld wordt door “echte” developers komt hier vandaan.

Stel je voor: je hebt jaren achter de rug om je vak te leren en je identiteit rondom je vak opgebouwd, en nu wordt de wereld ineens overspoeld met programma’s, gebouwd door mensen zonder kennis, maar aan de oppervlakte lijkt het indrukwekkend. En dan zijn die vibe coding-systemen ook nog eens gevoed en getraind door jouw harde werk. Stack Overflow, leeggetrokken. Jouw open source-bijdragen: opgeslokt voor iemand anders om mee te pronken. Natuurlijk is er weerstand.

Een vibe-rekenaar?

Een developer met bagage is geen vibecoder. Die term moeten we laten liggen waar die hoort.

Iemand verwoordde het mooi:

“Praten we ook over een ‘vibe-rekenaar’? Iemand die iets uitrekent met een rekenmachine? Of een ‘vibe-routeplanner’, iemand die met Google Maps naar huis gaat?”

Het punt is scherp. We zijn gewend om op een bepaalde manier samen te werken met onze computer, en die samenwerking verandert. De rekenmachine maakte je efficiënter. Google Maps maakte je efficiënter. AI maakt je efficiënter.

Maar iedere technologische revolutie is ook een amputatie. Google Maps heeft ons wel degelijk tot slechtere navigators gemaakt. De rekenmachine heeft ons hoofdrekenen aangetast. We winnen iets, en we leveren iets in. Bij AI ligt die amputatie bij ons denkvermogen, en dat is een andere orde.

Het spectrum

Laat me eerlijk zijn: de werkelijkheid is minder binair dan “vibecoder” versus “echte developer”. Er is een spectrum, en de slimste developers die ik ken bewegen zich er bewust overheen.

Ik sprak met een developer die het “vibe-engineering” noemde. Zijn aanpak was genuanceerd: soms vibe coded hij volledige scripts, omdat hij wist dat hij ermee weg kon komen. Soms vibe coded hij 99%, omdat hij wist dat een of twee chirurgische ingrepen nodig waren. Soms begon hij met vibe coding als startpunt om vervolgens het complete ding te refactoren en een gedegen instructieset op te stellen met alle valkuilen waar de AI al in was getrapt. En soms was hij puur aan het vibecoden met de uitzondering dat hij alle testcases handmatig inspecteerde.

Het voordeel? Razendsnel prototypen. Binnen een dag een werkende versie onder de neus van gebruikers schuiven. Feedback ophalen. Dit een week of twee herhalen totdat niemand meer iets te zeggen heeft. En pas dan nadenken over schaalbaarheid en onderhoud.

De kern: bewust afwegen wanneer je de engineer speelt en wanneer je full yolo gaat. Dat is geen luiheid. Dat is strategie. Maar het vraagt wel dat je weet wat je doet, dat je in staat bent om te beoordelen wanneer “goed genoeg” werkelijk goed genoeg is, en wanneer het dat absoluut niet is.

Niet alles hoeft gebouwd te worden voor de eeuwigheid.

De spiegel

Laat ik dan ook even de spiegel de andere kant op draaien. Want die “echte” developer met zijn bagage. Laten we eerlijk zijn over wat dat eigenlijk inhoudt.

Wij webdevelopers zijn geen computerwetenschappers. We bouwen geen compilers. We ontwerpen geen nieuwe algoritmes. We schrijven geen operating systems. Wat we doen is: tools gebruiken die anderen voor ons gemaakt hebben. React, Laravel, Next.js, Vue, Tailwind. We lezen de documentatie, we begrijpen de patronen, en we plakken het aan elkaar tot iets wat werkt.

En dat is prima. Dat is het vak. Daar is niks mis mee. Maar laten we dan niet doen alsof we te goed zijn voor de volgende tool die ons werk makkelijker maakt.

Die hautaine houding van “ik ben een echte developer, ik gebruik geen AI” is een beetje belachelijk als je eerlijk bent over wat je eigenlijk doet. Je bent niet Linus Torvalds. Je bent niet de uitvinder van HTTP. Je bent iemand die de user guide van een framework heel goed begrijpt. En als je dat heel goed begrijpt, zit je al aan de top van ons vak. Dat is de realiteit.

AI is gewoon de volgende tool. Net zoals frameworks dat waren toen we stopten met alles in PHP from scratch te schrijven. Net zoals Stack Overflow dat was toen we stopten met alles uit ons hoofd te moeten weten. We hebben altijd al op de schouders van anderen gestaan. Dit is niet anders. Het is alleen een grotere schouder.

De ongemakkelijke waarheid

Laten we daar geen illusies over hebben. Dat maakt ons ook kwetsbaar.

Webdevelopment zit in het “erg goed te automatiseren” segment. Het is repetitief: dezelfde patronen, steeds opnieuw. Het is goed gedocumenteerd: miljoenen voorbeelden online waar AI op getraind is. Het is patroon gebaseerd: CRUD, auth, forms, API’s. Het vraagt zelden om echte algoritmische creativiteit. Dat is precies waar AI het beste in is.

We zitten niet in het deel van de arbeidsmarkt dat moeilijk te automatiseren is. We zijn geen chirurgen die met hun handen in een lichaam moeten voelen wat er mis is. We zijn geen therapeuten die menselijke connectie moeten maken. We zijn mensen die code schrijven die al duizend keer geschreven is, alleen net even anders.

Dat is geen doemdenken. Dat is eerlijk zijn. En juist daarom is die transitie zo belangrijk. De vraag is niet of AI ons werk verandert. De vraag is hoe jij jezelf herpositioneert als de tool steeds meer van het bouwen overneemt.

Maar laat ik daar ook iets tegenover zetten: kennis blijft essentieel. Niet omdat je alles zelf moet typen, maar omdat kennis je de creatieve ruimte geeft om te sturen. Jouw begrip van architectuur, van patronen, van hoe systemen samenwerken, dat is wat je in staat stelt om AI werkelijk als verlengstuk te gebruiken in plaats van er blind op te vertrouwen. De tool verandert. De noodzaak om te begrijpen wat je bouwt, niet.

Lees het hele boek

Door de weerstand: een pragmatische kijk op AI-assisted development

Dit artikel is een hoofdstuk uit het boek. Wil je het hele verhaal lezen, inclusief de archetypen, de bedrijfs-blokkades en de praktische startpunten? Vraag het boek aan en ik stuur het je persoonlijk per email.

Vraag het boek aan →

Over de auteur

Dion Snoeijen is founder van PolySynergy en heeft 20+ jaar ervaring met softwareontwikkeling. Sinds 2024 werkt hij volledig AI-Assisted en bouwt hij custom software waarin AI als versterker is geïntegreerd.