Na een jaar flink bouwen aan mijn project ging ik weer op pad. De echte wereld in. Mooie projecten doen, met en tussen developers, dingen maken.
Al snel viel mij weer op dat de wereld op internet en de wereld op een echt kantoor twee heel verschillende dingen zijn. De memo over AI is nog niet overal geland, zal ik maar zeggen.
Demo-innovatie versus echte waarde
Ik ben niet de enige die dit ervaart. Een collega-ondernemer die dagelijks bij klanten over de vloer komt, vertelde me:
“Je denkt vaak dat je zo achterloopt, tot je beseft dat de bedrijven en opdrachtgevers vaak lichtjaren achterlopen. Wat je op X en LinkedIn ziet is demo-innovatie. Wat wij opleveren is minder sexy, maar voegt wel echte waarde toe.”
Dit heeft me aan het denken gezet. Over de disconnect die ik zelf op kan lopen in een jaar zonder aansluiting met de echte wereld. Ik heb zelf een heel jaar in de overtuiging geleefd dat ik, hoe hard ik ook probeerde te lopen, alsmaar achterliep. Maar ook over al die bedrijven die ik van binnen heb mogen zien. Hoe kan het zo zijn dat zo’n duidelijke boost niet geadopteerd wordt?
De productiviteitsboost is er
Laat ik eerst een simpel statement maken, zodat dat uit de weg is. AI-assisted programming geeft een enorme, niet te ontkennen productiviteitsboost.
Nu hoor ik je denken: maar die studies dan? MIT en anderen hebben laten zien dat AI je soms juist langzamer maakt. En ja, dat klopt. Voor bepaald werk. Complexe, nieuwe problemen waar je echt diep moet nadenken, waar nog geen patronen voor bestaan, daar kan AI je in de weg zitten. Je gaat vertrouwen op output die subtiel verkeerd is, en je besteedt meer tijd aan debuggen dan je bespaart.
Maar laten we eerlijk zijn over wat het grootste deel van ons werk is. Webapplicaties. CRUD. Forms. API-koppelingen. Admin panels. Auth flows. Dashboards. Dit is geen raketwetenschap. Dit zijn patronen die al duizend keer geschreven zijn. En precies daar, bij dat stampwerk dat tachtig procent van de opdrachten uitmaakt, is AI absurd snel.
De studies worden gebruikt als excuus. “Zie je wel, het helpt niet echt.” Maar de nuance ontbreekt. Het hangt af van wat je bouwt. En het meeste wat bedrijven nodig hebben, is gewoon niet zo ingewikkeld.
Het ligt niet aan de techniek
De productiviteitsboost is er. De tools zijn er. Maar de adoptie blijft achter. Waarom?
Omdat het niet alleen om technologie gaat. Het gaat om mensen. En het gaat om de structuren waar die mensen in werken. Beide kanten van dat verhaal heb ik gezien, en beide kanten verklaren waarom adoptie zo veel langzamer gaat dan je op basis van de tools alleen zou verwachten.
Aan de menselijke kant zit een complete galerij van archetypen, elk met hun eigen reden om te aarzelen. De activist met principiële bezwaren. De skepticus die wil zien voor hij gelooft. De controlfreak die zijn mentale kaart van de codebase niet kwijt wil. De drukke developer die nooit tijd heeft om te leren. De perfectionist die niet om kan met AI’s slordigheid. De manager die niet kan beoordelen of een “nee” van zijn team echt klopt. En de verborgen adopters, die het wel gebruiken maar het verbergen omdat de cultuur het niet toelaat.
Aan de bedrijfskant zitten vijf structurele blokkades: de sprint-gevangenis, de compliance-muur, de meetcultuur, de kennissilo, en de angstcultuur. Elk afzonderlijk verklaarbaar, maar samen vormen ze een muur waar zelfs de meest enthousiaste developer niet doorheen komt.
De productiviteitsboost is er, ja. Maar adoptie is een mensen- en organisatie-vraagstuk. En dat hoofdstuk is een stuk lastiger dan een tool installeren.